Kruiden in potten

 

De meeste keukenkruiden gedijen
prima in potten in bakken.
De manier waarop u ze rangschikt,
kunt u laten afhangen van het doel
waarvoor u ze gebruikt.
 

 


Algemene verzorging

Planten in bakken en potten zijn meer van u afhankelijk
voor de bewatering en voeding dan wanneer ze gewoon in de tuin staan.
Hoewel weinig kruiden hun kracht verliezen wanneer ze te veel plantenvoeding krijgen,
kunt u ze in de zomer het best eenmaal in de twee weken vloeibare voeding geven.
Zet planten met dezelfde behoeften bij elkaar.
Zelfs op de kleinste plekjes zijn er hoeken waar de zon komt,
en andere die uit de wind en in de schaduw liggen.
Bij het plukken moeten er steeds voldoende blaadjes aan de plant blijven,
zodat hij weer kan verder groeien

Plantenbakken in de achtertuin

Als u een zonnig plekje hebt op het balkon of bij de achterdeur,
begin dan met wat wintervaste kruiden die het hele jaar door gebruikt kunnen worden.
Met wat zon, een goede drainage en beschutting vragen ze verder weinig aandacht.
 
Gewone salie, Salvia Officinalis, die wel zo'n 70 cm kan worden, is een altijdgroene plant, met blauwe bloempjes in de zomer.
De gracieuze hangende groeiwijze en fluweelachtige blaadjes staan heel elegant in een pot.
Er zijn variëteiten met paarse blaadjes (Purpurascens-groep) en Icterina is een goudgele versie.
 
Rozemarijn, Rosmarinus officinalis, is een lieftallig kruid voor het hele jaar, bloeiend van de lente tot de vroege zomer.
Er zijn soorten met bloempjes in alle schakeringen blauw, lila en roze-wit.
Als ze de lucht in moeten, probeer dan Miss Jessop's Upright, die wel 200 cm hoog wordt en lichtblauw bloeit.
De kruipende soorten (Prostratus-groep) zullen mooi over de rand van een pot gaan groeien.
 

De laurierboom, Laurus Nobilis, heeft iets meer ruimte nodig.
Hij kan reusachtig groot worden, maar kan goed tegen snoeien en leeft behoorlijk lang in een grote pot.
Geef hem een architectonische functie door hem in een piramide of bolvorm te snoeien.
Geef regelmatig water en voeding, want de wortels gaan niet erg diep.

 
De gewone tijm, Thymus vulgaris, is een groenblijvende struik
van 30 cm hoog met lila bloempjes in de zomer. Zorg voor een goede drainage en volle zon.
Geef tijm niet te veel mest of water en snoei hem na de bloem om de bladgroei te stimuleren.
Een mooie keukenvariëteit is Silver Posie.
 

Probeer eens als contrast hiermee de lange en luchtige venkel, Foeniculum vulgare:
een stugge, winterharde plant, die wel 150 cm kan worden en platte gele schermbloemen heeft.
Geef hem een diepe pot en steunstokken.
Venkel houdt van vruchtbare, goed gedraineerde leemgrond.
Alleen de eerste groei is goed om te oogsten, dus snijd steeds de oudere, buitenste ranken weg bij de basis om nieuwe groei te bevorderen.
Voorkom kruisbevruchting met dille en koriander door ze bij elkaar weg te houden.

 

Dille, Anethum graveolens, lijkt wel wat op venkel, maar wordt minder grot:
zo'n 60 tot 90 cm. U kunt het kruid wel op dezelfde manier kweken.
Net als koriander groeit dille snel over de rand.
Als u de hele zomer een voorraadje wilt hebben, moet er wel een keer een nieuwe plant komen.

 
Koriander, Coriandrum sativum, groeit het best in rulle, goed gedraineerde potgrond.
Zorg voor een schaduwplekje als het te heet wordt overdag, maar zet het kruid verder in de volle zon om de zaden te laten rijpen.

 



Planten in potten

In de halfschaduw kunt u potten
bieslook (Allium schoenoprasum), krulpeterseltahomaie (Petroselinum crispum)
en tuinmunt (Mentha spicata) zetten.

Bieslook heeft veel water en voeding nodig.
Als u het 's winters laat afsterven, komt het de volgende lente gewoon weer op.
 
Krulpeterselie met zijn heldergroene blaadjes ziet er leuk uit en is veelzijdig in gebruik.
Hij heeft een lange rechte wortel; geef hem dus een hoge pot met rijke grond
en ruim water en voeding.
 
Munt woekert nogal, dus zet ook die in een pot. Dit kruid heeft behalve begieting maar weinig aandacht nodig.
Er zijn talrijke soorten munt; groene munt en gember- en ananasmunt - om er maar een paar te noemen.
 
 
Andere bekende kruiden:
 
Basilicum heeft minstens zes uur zon per dag nodig, veel water en een goede drainage.
Blijf aan de randen bijplukken zodat de plant doorgroeit en er geen bloemen komen.
De donkere variant, Ocimum basilicum Purple Ruffles, is een van de weinige gekruiste kruiden die de 'All American Selections'-prijs heeft gewonnen.
Basilicum staat bekend als vliegenverdrijver, dus zet hem vooral in de keuken.
 
Franse dragon, (Artemisia dracunculus), heeft meer smaak dan de Russische, Artemisia dracunculoides.
Daarom noemt men ze dracunculus oftewel 'kleine draak': de wortels groeien overal doorheen,
dus kunt u ze het best in een bak kweken.
Ze houden niet van natte voetenen vocht in het algemeen.
Zoek een warm, droog plekje, begiet ze ruim op het heetste moment van de dag voor een snelle verdamping en meng kiezels door de potgrond voor een goede drainage.
Geef niet te veel voeding, want dat gaat ten koste van de smaak.
 
 
Oregano en majoraan (marjolein) zijn plantkundig gezien dezelfde plant.
Er is veel verwarring over de namen.
 
De halfwinterharde zoete majoraan, Origanum majorana, is de soort die het meest wordt gekweekt in de kruidentuin.
Hij heeft een nog iets verfijndere smaak dan oregano (Origanum vulgare), het overheersende kruid dat het meest gebruikt wordt in Italiaanse, Griekse en Mexicaanse gerechten.
Er zijn lange zomers voor nodig om de volle smaak te laten uitkomen.
 
Potmajoraan, (Origanum onites), is een klein, simpel struikje met een iets bittere smaak.
 
Allemaal houden ze van veel zon, goede drainage en basische grond.
 
Sommige kruiden, vooral basilicum, zoete majoraan en dragon,
zijn niet opgewassen tegen vorst.

U kunt ze ofwel 's winters op een vorstbrije plek zetten,
of ze oogsten en volgend jaar opnieuw beginnen.

 


 

Eetbare kruiden voor geur en kleur

Citroenverbena, Aloysia triphylla, is de beste plant met citroengeur voor keukengebruik.
Het is een halfwinterharde en decoratieve, periodiek, uitvallende struik
die wel 300 cm hoog kan worden, met laat in de zomer licht lavendelkleurige bloemen.
De plant heeft een grote pot nodig, steunstokken, een zonnige plek,
goed afwaterende potgrond en ruim water en voeding.
 
De halfwinterharde, struikachtige pelargoniums uit Zuid-Afrika (niet te verwarren met hun verre familie, de geraniums) hebben aromatische blaadjes en delicate bloemen.
Ze zijn er in een hele reeks smaken.
Pelargonium tomentosu smaakt naar pepermunt en heeft een oppervlakkige kruipende groeiwijze; P.Crispum heeft een citroenaroma en wordt 30 cm en de grotere L. graveolens geurt naar rozen.
Er is zelfs een pelargonium met de naam 'Chocolat Peppermint'.

                
Goudsbloem                        Oost-Indische kers

Voor een kleurig accent kunt u wat potten
goudsbloem (Calendula) en Oost-Indische kers (Tropaecolum majus) neerzitten.

De bloemen doen het prachtig in salades.


De tere ananassalie (Salvia elegans Scarlet Pineapple)
heeft in de zomer felrode bloemen,
groeit tot wel 90 cm hoog en hoewel hij niet erg geschikt is voor de keuken,
loont het toch om er een te hebben.
Hij ruikt zo heerlijk naar ananas dat elke aanraking
u meeneemt naar een tropisch eiland.

 

Binnenshuis kruiden kweken

Hier hebt u te maken met lichtgebrek, temperatuursschommelingen,
centrale verwarming en tocht.

Zet de planten bij een zonnig raam,
trek de scheuten er steeds uit zodat ze geen 'pootjes' krijgen
die naar het licht toegroeien en knip ze in vorm, zodat ze vol blijven.
Wissel ze zo mogelijk eens om met de kruiden buiten.
Van veel keukenkruiden bestaan dwergversies die op de vensterbank passen.

Bron: o.a. De nieuwe Kruidenbijbel - Caroline Foley, Jill Nice en Marcus A. Webb

 

  Bezoekers pagina sinds 01/09/2007 : 13780

 

      

 

 

 



Main Menu
•Spiritualiteit
•Filosofie
•Mythologie &
         Oude Beschavingen
•Sprookjeswereld
•Kruidenhoekje
•Taalvariatie
•Gastenboek
•Links
•Wie ben ik
•Copyright & Disclaimer