Kruidentuin, de belangrijkste werkjes
het jaar rond



Wie helende planten en kruiden in de tuin wil,
kan best eerst nagaan waar ze het best gedijen.

Enkele voorbeelden:

Smeerwortel  houdt van vochthoudende, voedzame grond en volle zon of halfschaduw.

Vrouwenmantel  doet het in elke soort grond
als hij maar niet te arm is.
Graag een plaatsje in volle zon.

Voor wrattenkruid  moeten de bovenste grondlagen voedselrijk zijn.
De plant houdt van halfschaduw.

Agrimoni  gedijt het best op niet te natte en niet te zure grond. Liefst een plekje in de zon.

Echinacea  houdt van voedzame, vochthoudende grond en volle zon.

Goudsbloem  doet het goed op humusrijke grond in volle zon.

Marjolein  houdt van een droge, wat kalkrijke bodem en een plekje in de zon.





januari De in oktober en november genomen beschermingsmaatregelen bij de gevoelige, overblijvende kruiden moeten geregeld gecontroleerd worden. Dit geldt ook voor de eerste-jaarscultuur van karwij en venkel. Als bij het invallen van de strenge vorst het sneeuwdek ontbreekt moet men de bescherming aanvullen. Grove turf, die goed droog is, is daarvoor het best geschikt. Droog loofblad is maar een noodoplossing; alleen voor lievevrouwebedstro komt een mengsel van loof en mos in aanmerking. Peterselie die tweejarig gekweekt wordt, wordt vorstvrij ingepakt opdat de bladeren oogstbaar blijven. Bij spinaziezuring is een licht houten geraamte dat met sparretakken wordt gedekt, voldoende. In deze overigens rustige tijd maakt men houten rekken voor het drogen van kruiden.
   
februari Voor alle nieuw in te zaaien soorten moet nu zaad worden besteld want sommige kruiden moeten reeds in maart worden uitgezaaid. Nog aanwezig overjarig zaad wordt aan een kiemproef onderworpen om de kiemkracht vast te stellen. Bij het opstellen van een teeltplan moet men er rekening mee houden dat ook keukenkruiden onder bodemmoeheid kunnen lijden. Eenjarige kruiden past men het beste in in het teeltplan voor de groenten dat ook elk jaar variatie vertoont. Broeibakken moeten met ruiten en stro gedekt worden zodat men ze in maart gereed kan maken voor inzaai. Nu is ook de beste tijd om een kleine broeibak te maken. Tuinkers en kervel worden in potten uitgezaaid die bij de keukenvenster een plaats vinden.
   
maart Oostindische kers kan aan het eind van deze maand in potten worden uitgezaaid en bij het keukenvenster worden opgesteld. Tegelijkertijd is het uitzaaien van peterselie op de koude grond mogelijk. Bieslook  wordt in het midden van deze maand in de broeibak uitgezaaid; dit geldt ook voor bonekruid, lavendel, citroenmelisse en hysop. Op warme, beschutte plaatsen kan men aan het eind van de maand anijs, spinazie, tuinkers, Spaanse zuring, kervel, koriander  en mosterd in de koude grond uitzaaien. Onder dezelfde omstandigheden kan grote engelwortel, venkel en mierik  worden geplant.
   
april Alle in maart genoemde kruiden kunnen nu op elke andere plaats (mits geschikt) worden uitgezaaid of uitgepland. Bovendien kunnen worden gedeeld en gepoot: bijvoet, citroenkruid, dragon, knoflook, lavas, pepermunt, tijm, tripmadam, lievevrouwebedstro, wijnruit, absint-alsem, grof bieslook en hysop. Op de koude grond worden uitgezaaid: bernagie, dille, kleine pimpernel en karwij. Tweejarigen en overblijvende kruiden krijgen in de loop van de maand de eerste aanvullende bemesting. Aan de uitlopende wortelstokken van mierik laat men alleen de sterkste uitlopers staan; alle andere worden tot aan de basis verwijderd. In de laatste dagen van april is vaak lievevrouwebedstro  al rijp voor de oogst; bloeiend is ze waardeloos.
   
mei In de eerste meidagen kunnen nog alle soorten uitgezaaid of geplant worden, die reeds in april aan de orde waren. Dit geldt meer speciaal voor hoger gelegen plaatsen. Na half mei plant men alle vorstgevoelige kruiden als bazielkruid, bonekruid, ijsplantje, oostindische kers, lavendel, marjolein, citroenmelisse, paprika  en rozemarijn. Geplant wordt ook de Griekse alant  en bieslook.  Wederuitzaai kan plaatsvinden van bernagie, dille, tuinkers, kervel en witte mosterd.  Bovendien worden uitgezaaid: venkel  op een zaaibed en echt lepelblad  alsmede postelein op hun definitieve plaats. Bodembewerking moet doorlopend geschieden. Eenjarige, op de definitieve plaats uitgezaaide kruiden (zie maart en april) krijgen de eerste meststofgift.
   
juni Uitzaai is nog mogelijk van dille, tuinkers, kervel  en postelein.  In de loop van de maand kan men, al naar hun ontwikkeling, oogsten; bazielkruid,  bij het begin van de bloei; bijvoet, voor het openspringen van de bloemknoppen; bonekruid, als bloeiend kruid; bernagie, bladeren en jonge loten; dragon, naar behoefte; lepelblad,  kruid voor de bloei; marjolein, kruid met bloemknoppen; postelein, bladeren voor de bloei; salie, bladeren naar behoefte; veld- en Spaanse zuring, bladeren; bieslook, kruid naar behoefte; tijm, kruid tijdens de bloei; tripmadam, kruid voor de bloei; wijnruit, kruid voor de bloei en bladeren naar behoefte. Het gewone onderhoudswerk als gieten, bemesten en bewerken van de grond moet, nu alle kruiden in volle groei zijn, regelmatig plaats vinden (zie ook april en mei).
   
juli Behalve de reeds in juni genoemde kruiden kunnen nog worden geoogst: citroenkruid,  kruid, ook met bloemen; oostindische kers, bladeren en bloemen naar behoefte; knoflook,  bollen of bijbollen naar behoefte; karwij, zaad, zodra het begint te kleuren; pepermunt,  kruid voor de bloei; witte mosterd,  kruid, zodra de hauwen geel worden; absint- alsem,  bladeren naar behoefte en kruid voor de bloei; hysop,  bladeren naar behoefte en kruid voor de bloei. Voor het verkrijgen van frisse, jonge planten kan men kervel  en postelein nog zaaien. Bij nieuwe aangelegde mierikaanplant  worden aan het begin van de maand de uitlopers vrijgelegd en van zijwortels ontdaan.
   
augustus Het oogsten van de in juni en juli genoemde kruiden wordt voortgezet. Daar komt bij de zaadoogst van koriander;   dit moet geschieden voor de volle rijpheid, daar het zaad gemakkelijk uitvalt. De lavendelbloemen plukt men met de bloemkelkjes af en worden snel gedroogd. Na deze oogst wordt lavendel  tot de helft teruggesneden, zodat de jonge loten nog goed kunnen uitrijpen. De lavendel  komt daardoor beter de winter door. In het midden van de maand rijpen ook de paprikavruchten;  het krachtigste aroma hebben ze in vol uitgerijpte staat.
   
september In de loop van de maand worden gedeelten van de venkel  zaadrijp. Vaak controleren is nodig, opdat geen zaad verloren gaat. Rozemarijn  is slechts op gunstige plaats winterhard. Daarom graaft men aan het begin van de maand de planten zorgvuldig uit en plant ze in potten over. Het oogsten van allerlei kruiden wordt voortgezet. Citroenkruid  kan worden gedeeld en geplant; dit is ook met pepermunt  mogelijk.
   
oktober Voor het invallen van de vorst moeten de wortels van de Griekse alant, engelwortel, mierik  en wortelpeterselie  worden geoogst. Peterselie  kan men voorzichtig uitgraven, in potten plaatsen en bij het lichte keukenvenster opstellen. De oogst van blad van spinaziezuring  begint eind van de maand. Bij gevoelige kruiden brengt men in de loop van de maand een winterdek aan. De bedden waarop de eenjarige kruiden stonden worden opgeruimd en omgespit. Tussen de meerjarige kruiden maakt men de grond los voor het aanbrengen van de bodembedekking.
   
november Spinaziezuring  wordt beschermd door er een licht, houten geraamte over te plaatsen dat met sparrenhout bedekt is. Op deze wijze beschut, is de oogst van het blad de gehele winter mogelijk. Ettelijke lagen sparrenrijshout op peterselie gelegd maken het mogelijk dat de oogst tot ten minste eind december kan doorgaan. Bij vorstvrij weer kan men het graafwerk nog voortzetten. Waar nog geen bodembedekking ligt moet deze nu ten spoedigste worden aangebracht. Bij lievevrouwebedstro  gebruikt men als winterbescherming een dek van loofblad en mos.
   
december Van tuinkers  en kervel  maakt men nu de eerste zaaisels in bloempotten of kleine kistjes die men een plaats geeft bij het lichte keukenvenster. De gazen rekken en voorraadglazen en bussen waarin de gedroogde kruiden worden bewaard, worden meermalen gecontroleerd.
   
  Bron: o.a. 300 tips voor de kruidentuin - Franz Böhmig

 

 

 

  Bezoekers pagina sinds 01/09/2007 : 2690

 

      

 

 

 



Main Menu
•Spiritualiteit
•Filosofie
•Mythologie &
         Oude Beschavingen
•Sprookjeswereld
•Kruidenhoekje
•Taalvariatie
•Gastenboek
•Links
•Wie ben ik
•Copyright & Disclaimer