Kruidenfolklore en mythen - part 1

 

Waar komen kruiden vandaan?
Hoe zijn kruiden bekend geworden?
Waarvoor werden ze gebruikt?



 

Enkele kruiden willekeurige uitgezocht!

Aloë Vera

Aloe Vera Gelei stond bij de oude Grieken en Romeinen bekend als uitstekend middel
tegen verwondingen, verbrandingen en ontstekingen op de huid.
In islamitische landen geldt de plant als symbool voor geduld.
Aloe Vera Hout, dat in de bijbel voorkomt, stamt van een heel andere plant  (Aquilaria Agallocha). Deze boom wordt in India en Maleisie gekweekt vanwege zijn geurigheid en verwerkt in wierook.
 

Brandnetel

Overal ter wereld worden al sinds mensenheugenis brandnetelsoorten gebruikt in stoffen als medicijn.
Planten uit een warm klimaat zijn krachtiger.
Romeinse soldaten zouden de soort Urtica pilulifera mee naar het noorden hebben genomen.
Ze wreven zich ermee in tegen de kou.
De plant komt nog altijd voor bij Romeinse ruïnes in Noord-Europa.
 

Citroen (citrus)

In de keuken gebruiken we het citroensap vaak als een zachte vervanger voor azijn.
Citroensap bevat: citroenzuur, appelzuur, kalium, calcium, vitamine C en P.
De werking van de citroen is antiseptisch, koortswerend en aansterkend.
In een verdunde versie gebruik je het voor acne te reinigen, aderverkalking, angina, diaree, reuma en insectenbeten.
In zalven en lotions is het een onmisbaar ingredient tegen vette huid.
Een halve cirtoen in rondjes wrijven op pijnlijke spierplaatsen is ook erg effectief.
 

Echinacea (purpurea): de rode zonnehoed

De rode zonnehoed is een overblijvende, vaste plant die inheems is in Noord Amerika.
Hij groeit in vruchtbare grond, in open bossen en op prairies. Hier zijn ze te vinden
tussen leliesoorten en andere vrolijk bloeiende composieten zoals Liatris spicata.

Deze plantensoort heeft bij de Amerikaanse Indianen een lange gebruiksgeschiedenis.
De stammen van de westelijke prairies gebruikten hem tegen allerlei soorten insectenbeten en ook om slangenbeten mee te behandelen.
Een stukje wortel werd gekauwd ter verlichting van kiespijn.
De plant heeft vooral de reputatie dat hij de weerstand van het lichaam kan verhogen.
De rode zonnehoed trekt in de zomermaanden vele vlinders aan.
Vaak zijn er atalanta’s, dagpauwogen en zandoogjes op te vinden. In sommige jaren
waren op de Echinaceaplanten in de diverse tuinen ook honderden distelvlinders te bewonderen.
 

Engelwortel

Engelwortel gold als een versterkend middel met bovennatuurlijke eigenschappen.
Het werd gebruikt tegen infectieziekten als typhus en de pest, tegen "beten van dolle honden"
en tegen "vergiften en hekserij".
Culpeper was er zeer over te spreken.
Indianen gebruikten een kompres van fijngemaakte engelwortel bij pijnlijke zwellingen.
Het kompres werd aan de andere kant van het lichaam aangebracht en zou de pijn door het lichaam trekken en vervolgens verdrijven.
Engelwortel werd als amulet door jagers gebruikt.
 

Framboos

De Latijnse naam 'ideaus' komt van de berg Ida in Turkije, die met frambozenstruiken was begroeid.
Volgens de mythologie werd Zeus daar door zijn moeder verstopt voor zijn vader Kronos,
die hem wilde doden.
 

Ginseng

Ginseng wordt in het verre Oosten al duizenden jaren gebruikt.
Russische kosmonauten gebruiken ginseng tegen zware stress.
 

Goudsbloem

Deze uit het Middellandsezee-gebied stammende soort heeft zich in de Middeleeuwen snel verspreid over Europa en de rest van de wereld.
Dit had vooral te maken met de geneeskrachtige eigenschappen die de plant heeft.
Monniken pasten dit kruid vaak toe bij zweertjes en oppervlakkige brandwonden
en hij groeide dan ook in elke kloostertuin.


De 13e eeuwse auteur Aemilius Macer beweerde dat het kijken naar de bloemen kwade stemmingen verdreef en de blik verhelderde.
De aanblik en de geur van goudsbloemen zijn erg opwekkend.
Ze werden vroeger aanbevolen als hartversterking, met name bij koorts.
Inmiddels staat deze plant ook in de homeopathie bekend om haar huidherstellende eigenschappen.
 

Guldenroede - bijgeloof

Waar guldenroede groeit, ligt een geheime schat begraven.
Als guldenroede  opkomt bij de deur van een huis, brengt dat geluk.
 
 
 

Ijzerhard

Vroeger beschouwde men ijzerhard als een talisman tegen de duivel en boze geesten.
De kruidengenezer John Gerard uitte al in 1597 zijn afkeer van deze
'fabels over hekserij en toverkunst'.
Culpeper beval in 1653 ijzerhard aan bij baarmoederaandoeningen.
Tevens vond hij het een goed middel tegen ontstoken wonden, zoals zweren en fistels.
In een kruidenboek uit 1562 wordt, ter verbeterig van de stemming,
geadviseerd... vier bladeren en vier wortels ijzerhard in wijn te dopen
en de wijn door het huis te sprenkelen.
 

Jeneverbes

De jeneverbes werd niet alleen gebruikt voor de smaak, maar ook omdat men dacht dat het lichaam erdoor verwarmd werd;
Knipoogje: we hebben al slechtere excuses gehoord om een glas jenever te drinken!
Volgens Plinius zou Hannibal, ongeveer 200 jaar voor Christus, bevolen hebben de balken
van de tempel van Diana in Ephesus uit jeneverbessenhout  te maken, omdat dit hout
bekend was om zijn sterkte en duurzaamheid.

Het volksgeloof wil dat de stok om de room te karnen die in de karnemelkton steekt,
ui jeneverbessenhout gemaakt wordt, om bederf van de boter tegen te gaan.
Het roze hout van de juniperus oxycedrus, waaruit de cadeolie komt,
werd ook gebruikt om afgodsbeeldjes uit te snijden.
De olie wordt soms uitwendig gebruikt bij psoriasis, schurft en als haarverzorging.
Van de juniperus virginiana, de cederhoutboom, wordt het hout gebruikt
om sigarenkistjes en potloden te maken.
 

Kamille

De oude Egyptenaren gebruikten al kamille.
Nog altijd kweekt men in Egypte veel kamille voor eigen gebruik en voor de export.
In de maag van de mummie van Ramses II werd kamille-stuifmeel gevonden.
De Angelsaksers beschouwden kamille als een heilig kruid.
De naam kamille komt van een grieks woord dat grondappel betekent en verwijst naar de appelgeur.
In Parkinsons kruidenboek uit 1656 worden kamillebaden  aanbevolen ter versterking van gezonde mensen en als pijnbestrijder voor zieken.
 

Kaneel

De oude Egyptenaren deden kaneel in hun beste parfums en gebruikten het, met andere specerijen, in de wikkelingen van mummies.
In Arabische landen drinkt men bij koud weer warme kaneeldrank.
In de Indiaase geneeskunde werd kaneel  toegepast ter versterking en ter bevordering
van de spijsvertering. Ook bevorderde het de opname van andere medicijnen.

In de Chinese geneeskunde past men de twijgen toe ter verwarming van handen en voeten en de bast ter verwaming van de romp.
Vroeger werden digestieve biscuits genuttigd van zoete haver met specerijen als kaneel,
gember en piment. Tegenwoordig hebben deze biscuits niet meer hun oude functie van bevordering van de spijsvertering.
 

Klein hoefblad

Klein hoefblad werd vroeger gebruikt tegen tbc en gold als goed middel tegen silicose.
De Romeinse auteur Plinius beval in de 1e eeuw aan de bladeren te roken en de rook in te ademen tegen hoesten.
Culpeper schreef in de 17e eeuw klein hoefblad en vlier voor bij koorts en de siroop
bij droge hoest en kortademigheid.
Engelse plattelanders schraapten vroeger de donzige onderkant van de bladeren af om er vuur mee aan te maken.
 

Knoflook

Knoflook  wordt al eeuwen gebruikt als versterkend voedsel en tegen infecties.
Culpeper merkte op dat knoflook al in de Oudheid als goedkoop middel tegen alle kwalen gold.
Hij achtte knoflook vanwege de sterke geur ongeschikt voor mensen met een cholerische of melancholieke natuur.
Europese landarbeiders meenden dat knoflook hen de kracht gaf om onder de hete zon te kunnen werken.
In het graf van Toetanchamon werden knoflooktenen gevonden.


De Franse geestelijken die in de 19de eeuw in de sloppen actief waren kregen zelden of nooit besmettelijke ziekten, waar hun Engelse collega's-geestelijken wel vatbaar voor bleken.
De uitleg hiervoor was dat de Fransen door het dagelijks eten van knoflook, zich beschermden tegen ziekten, wat de Engelsen niet deden, met al de kwalijke gevolgen vandien.

Pasteur ontdekte dat knoflook een microbendodende werking had.
In zekere zin was knoflook het eerste natuurlijke antibioticum. misschien was het daarom dat de Russische soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog een teentje knoflook op zak moesten hebben, om bij een eventuele wonde de streek rond de kwetsuur te ontsmetten met het knoflooksap.

Onderzoekers wijzen erop dat kanker minder zou voorkomen in China, Servië en de
Franse Provence, streken waar veel knoflook wordt verbruikt.
Of er een verband kan worden gelegd moet nog worden bewezen.

Hippocrates schreef dat knoflook waterafdrijvend, laxatief en eetlustopwekkend is en dat men een teentje knoflook vooraan in de schede van de vrouw moest brengenom te controleren of ze al dan niet kinderen kon baren:
als haar adem de volgende dag naar knoflook rook, kon ze kinderen krijgen.
Misschien behoort dit verhaal tot de folklore,
maar toch is het goed denkbaar dat bij verstopping van de eileiders de knoflookgeur
niet tot de duivelsbeet kan doordringen (de duivelsbeet is het uiteinde van de eileider dat naar de eierstok kijkt).

Knoflook zou ook een goed hulpmiddel zijn bij de uitwendige behandeling van eksterogen, eeltknobbels en wratten.
 

laurier

De Romeinen versierden hun huizen met lauriertakken voor het festival van saturnalia, een feest ter ere van Saturnus, dat werd gevierd van 17 tot 23 december en samenviel met de 'winterzonnewende'.

Met het Christendom werd het een symbool van het eeuwige leven, net als andere groenblijvende planten.

Laurier werd ooit gebruikt als decoratie van huizen en kerken tijdens de kerstperiode.

De aromatische, donkergroene bladeren zijn ideaal voor feestelijke decoraties:
-   Laurierbladeren vormen een indrukwekkende welkomstkrans aan de voordeur.
      Druk ze in het schuim dat voor bloemstukjes wordt gebruikt, in een cirkelvormige houder
      en decoreer de bladeren met sparkegels, rode appels en linten.
-   Een glazen schaal gevuld met drijvende kaarsen en laurierbladeren als een
      geurig middenstuk op tafel.
-   Een ragebollaurierboom (standaard vormboom) met kerstballen als een kerstboom.
 

Lievevrouwbedstro

in de 15de eeuw, in Engeland, werden kransen en bloemtuilen van lievevrouwbedstro gemaakt om huizen en Godshuizen te versieren.
Het diende als strooikruid bij processies en werd in de toen zelfgemaakte matrassen gestopt om het ongedierte weg te houden.

De naam 'mottekruid' werd ontleend aan het gebruik om gedroogd lievevrouwbedstro 
in linnenkasten en koffers met beddegoed te bewaren;

De volksnaam 'onzelievevrouwwiegstro' komt voort uit de legende die wil dat
Jozef of kerstnacht dit kruid zou hebben gevonden om voor Maria een bed te spreiden. Uit dankbaarheid werd het bedstro, 'lievevrouwbedstro' en kreeg
het zijn zoete geur.


Die geur wordt meestal omschreven als zacht, vanilleachtig en ruiken naar vers gedroogd hooi.

In Schotland, waar het kruid vooral groeit op zeshonderd meter hoogte, wordt er een thee van gemaakt tegen griep en verkoudheid om het zweten op te wekken, wat het begin van genezing kan zijn.
De plant deed ook dienst als een soort barometer.
Als er regen op komst was, begon het kruid dat in de linnenkasten, sterker te geuren.
 
 

 

 

  Bezoekers pagina sinds 01/09/2007 : 2659

 

      

 

 

 



Main Menu
•Spiritualiteit
•Filosofie
•Mythologie &
         Oude Beschavingen
•Sprookjeswereld
•Kruidenhoekje
•Taalvariatie
•Gastenboek
•Links
•Wie ben ik
•Copyright & Disclaimer