Kruidenfolklore en mythen - part 2

 

Waar komen kruiden vandaan?
Hoe zijn kruiden bekend geworden?
Waarvoor werden ze gebruikt?




 

Enkele kruiden willekeurige uitgezocht!

Marjolein

Aan marjolein zijn vele legendes verbonden. In Egypte was ze toegewijd aan Osiris.
De Romeinen legden bloemtuilen met marjolein op de graven van hun afgestorven familieleden om ze vrede en eeuwige rust te geven.
Bij de Grieken en Romeinen werden er bloemkronen van gevlochten voor pasgehuwden.

In de Griekse mythologie vertelt men dat prins Amacarus van Cyprus gepassioneerd was voor parfums. Hij stelde er samen, maar vond niet het goddelijke parfum dat hij zocht, tot hij op een dag een aroma samenstelde dat zo subtiel was dat hij alleen al door het inademen ervan stierf.
Om hem te belonen voor zoveel ijver veranderden de goden van de Olympus de dode prins in een aromatische plant waardig van zijn inzet. Die plant was marjolein.

Marjolein werd vroeger in Nederland 'duist' genoemd.
Het werd daar immers beschouwd als een sterk duivelverdrijvend kruid.
Wantrouwige moeders naaiden nogal eens marjolein in het ondergoud van hun jonge dochters
om de duivel, die zich tot alle aantrekkelijke gedaanten kon omtoveren, af te houden.
Immers, voor de marjolein ging de duivel op de loop.
Knipoogje : gezien het gereduceerde volume van de onderrokken is dat nu niet meer mogelijk, met al de gevolgen van dien!
Marjolein werd in de folterkamers verbrand terwijl men de "heksen" aan het verhoren was.
Zo kon de duivel ze niet ter hulp komen.
 

Munt

De mythologische oorsprong van munt zou als volgt luiden:
Pluto, god van de onderwereld, werd verliefd op een andere vrouw met de naam Mintha.
Prosperina, zijn wettige wederhelft, zag dit met lede ogen aan, maakte Pluto verwijten en
om zich te wreken veranderde ze Mintha in een muntplant, die we nu kennen.
Een knipoogje : misschien dat er daarom zoveel muntsoorten zijn.

De 'azijn van de vier dieven' is een verhaal apart.
Tijdens de pestepidemie in de middeleeuwen werden vier dieven gevangen genomen.
Ze hadden er een gewoonte van gemaakt te roven in de huizen van de zieke en gestorven pestlijders. Ze werden ter dood veroordeeld maar de rechter beloofde hen een alternatieve straf
als ze het geheim verklapten hoe ze zich tegen de pestbesmetting beschermden.
Ze kozen uiteraard voor de alternatieve straf.
Hun geheim was een azijn waarmee ze zich insmeerden en waar ze ook wel van dronken.
De azijn werd gemaakt van munt, tijm, rozemarijn en lavendelbloemen.
In de streek van Marseille deed men er ook knoflook  in.
In hoeverre dit verhaal juist is, laten we onbeantwoord. Zeker is dat Maille, een Franse azijnfabrikant, die 'azijn der vier dieven' aanmaakte en verkocht in 1850.

In de Middeleeuwen werden de medische indicaties nog meer uitgebreid.
Men gebruikte munt tegen koorts, voor het stimuleren van maag en darm, tegen hysterie,
tegen gezichtsstoornissen, tegen winterhanden en -voeten, tegen geelzucht,
tegen alle borstaandoeningen, tegen alle pijnen.
Munt was toen een panacee, een middeltje tegen alle kwalen.

In de Provence zegt men 'Bouquet de mento, l'amour vous tento'.

Ratten en muizen zouden een hekel hebben aan munt en wegblijven waar munt staat.
Een knipoogje: er zijn wel ratten en muizen die dit niet weten.
 

Peterselie (Petroselinum crispum)

De oude Egyptenaren noemden peterselie 'bergselderij'  en pasten het toe bij maagpijn en blaasproblemen.
De Grieken pasten het daarnaast toe bij epilepsie. Plinius vertelt dat volgens een oud gebruik
de winnaars van wedrennen een peterseliekrans kregen.
Hij beveelt takjes peterselie aan in de vijver, als geneesmiddel voor zieke vissen.
In een 12e-eeuws kruidenboek uit Wales wordt peterselie 'bloedopwekkend' genoemd.
Het zou de geest sterk opwekken en de maag versterken.

In het zuiden van Frankrijk bestaat het bijgeloof dat een zwangere vrouw geen peterselie mag plukken of de plant sterft af.
De Oude Grieken dachten dat de plant ontstaan was uit het bloed van Archemorus, die de voorbode was van de dood. Zij aten het dus niet maar versierden er de graven mee.
De Romeinen droegen peterselieslingers om zich te beschermen tegen vergiftiging.
Zwangere vrouwen mochten die peterselieslingers niet dragen.
Ook moeders die de borst gaven mochten niet met peterselie in contact komen, uit vrees dat de zuigeling de vallende ziekte zou krijgen.

Peterselie is tweejarig en groeit het liefst in de schaduw, in vochtige grond,
bloempotje of bak.
Net als bieslook heeft het tal van toepassingen in gerechten.
Het is pas sinds de Middeleeuwen gebruikt als geneeskrachtige plant.
Het bevat fosfaten, ijzer, calcium, veel vitamine A en C.
Peterselie heeft een bloedzuiverende, zogverdrijvende, zwellingverminderende werking.
Het is aansterkend en kalmerend. Peterseliethee is werkzaam bij reuma en aambeien,
in zalfvorm laat het sproeten verminderen en werkzaam tegen vette huid.
Een compres van peterselie is goed voor verstuikingen en blauwe plekken.
 

Rozemarijn

Rozemarijn is een oud middel voor de versterking van het geheugen en een symbool van vriendschap en trouw.

Rozemarijn hing samen met niet vergeten:
men gaf takjes aan geliefden die op reis gingen, droeg kransen bij bruiloften en plantte struiken op de begraafplaatsen.
Het gedistilleerde vocht van rozemarijnbloemen was in Europa een geliefd schoonheidsmiddel bij allerlei (hoofd)huisproblemen.
Het werd ook verwerkt in pijnstillende zalven.

Boeketjes met geurige kruiden - waaronder rozemarijn - werden gedragen als bescherming tegen ziekten en epidemiën.
Rozemarijn zat ook in de azijn die dieven gebruikten als ontsmettingsmiddel bij het beroven van pestslachtoffers.

Het is een bekend verhaal dat Elisabeth van Hongarije,
na het regelmatig drinken van een kruidendrank met rozemarijn, lavendel en marjolein,
erin slaagde een veel jongere man voor zich te winnen, nl. de koning van Polen.
Zij nam dit alcoholisch kruidendrankje om haar reuma en jicht te bestrijden,
blijkbaar met positief effect op haar verleidingscapaciteiten.
Rozemarijn heeft inderdaad versterkende eigenschappen.
Elisabeth van Hongarije leefde in 1378.

'L'eau de la Reine de Hongrie' op basis van rozemarijn, werd als een verjongingskuur gebruikt in de Middeleeuwen en in de Renaissance, ondermeer ook aan het hof van Lodewijk XIV. Het was de dagelijkse gezondheidsdrank van Mme de Sévigné, die heilzaam bleek te zijn, want ze heeft veel en lang geschreven (1626-1696). Mme de Sévigné schreef aan haar dochter: 'ik bedrink me elke dag aan rozemarijndrank, ik heb altijd rozemarijn bij me om thee te maken en ik verdrijf er mijn melancholie mee.'
Rozemarijn werd 'de Prins der Aromaten' genoemd. Dat had ook wel te maken met het gebruik ervan in oude ceremonieën, zoals de kroon van gevlochten rozemarijn bij de huwelijksceremonie voor het meisje, en met de verering van de doden. De dood is immers onverbrekelijk verbonden met nieuw leven.
Rozemarijn werd als een heilige plant beschouwd in de Oudheid. Men vindt er resten van in de Egyptische graven van de Eerste Dynastieën, Horatius (65 voor Christus) wijdt aan rozemarijn enkele van zijn verzen waarin hij de magische krachten ervan ontsluiert. Theophrastus, Dionysius en Galenus loven zijn werking bij leveraandoeningen. Galenus schrijft dat rozemarijn met honing goed is voor slechte ogen.
 

Salie

Salie geniet van oudsher een grote reputatie als versterkend middel.
Door regelmatig saliegebruik zou men langer leven.
Gerard schreef in 1597: 'Salie is bij uitstek goed voor hoofd en hersenen, het maakt de zintuigen en het geheugen kwieker, versterkt de zenuwen, herstelt de gezondheid van lammen en geneest trillende ledematen.'
 

Sint-Janskruid

Het kruid is genoemd naar Sint-Jan, omdat het hoogtepunt van de bloei op de feestdag van Sint-Jan valt (24 juni).
Ook is St. Jan de Heilige van het Licht. Zijn feest valt in de periode van het oude Midzomerfeest, waaraan de Sint-Jansvuren nog herinneren.
Bloemen die op die dag vóór zonsopgang werden geplukt, golden als de krachtigste en
zouden beschermen tegen hekserij en boze geesten.
Hypericum betekent 'macht hebbend over verschijningen'.

De rode olie die de plant bevat, heeft tot veel legendevorming geleidt.
Bij de oude Germanen zou het b.v. bloed zijn geweest van Baldur, een Germaanse God.
Ook waren er vruchtbaarheidsrituelen verbonden aan het kruid; een vrouw die graag
kinderen wilde, moest op Midzomernacht naakt dit kruid plukken.

Volgens een legende zou iemand die voor het slapengaan op sint-janskruid trapte,
de hele nacht door elfen wakker worden gehouden.
Culpeper beval een tinctuur van de bloemen in wijngeest aan tegen melancholie en waanzin.
 

Tijm

De antiseptische eigenschappen van tijm zijn al sinds de Oudheid bekend.
Het woord 'tijm' betekent ontsmetting.

Culpeper beveelt wilde tijm (Thymus Serpyllum) aan bij zenuwaandoeningen,
hoofdpijn, duizeligheid en nachtmerries.
Gekweekte tijm beschrijft hij als versterkend voor longen en slijmoplossend.


Bij de Romeinen was tijm symbool van moed en onverschrokkenheid.
Tijm is ook zeer nuttig voor de gezonde lieden, want hij wordt in de de sauzen veel gebruikt
en bij de spijzen gedaan om die ene betere smaak en reuk te geven.
In de Middeleeuwen borduurden de edelvrouwen op de halsdoek van hun uitverkoren ridder
een takje tijm, waarop een bezige bij de honing puurde uit de bloemen.
Tijm was toen het zinnebeeld van 'actie en zachtheid' die moeten samengaan, zeker in de liefde.
Er zijn veel minder subtiele manieren om zich bloot te geven.

Tijm en knoflook waren vroeger de antibiotica van de arme.
Dat was ook wetenschappelijk verantwoord:
sommige stoffen die erin voorkomen zijn nl; ontsmettend, zoal thyumol, carvacrol en allicine.
Het volksgeloof beschouwde de tijm als bevorderend voor het intellectuele werk.
Volgens een recept uit 1663 kon tijmsoep iemand van zijn verlegenheid afhelpen.
 
Toverhazelaar

In het Engels heten de toverhazelaars ‘witchhazel’ ,
in het Duits heet de plant ‘Hexenhaselstrauch’.

Deze ‘magische naam’ die in alle talen terugkomt, kan zowel slaan op de magische wijze
waarop de zaden worden weggeslingerd als op het merkwaardige tijdstip
van de bloei in de herfst en winter.

De Indianen geloofden dat de goden de struik in het ‘verkeerde jaargetijde’ lieten bloeien,
om de aandacht van de mensen te trekken. Daardoor zouden zij dan op het idee komen
gebruik te maken van de bijzondere eigenschappen van deze struik.
Ze ontdekten dat de drankjes en extracten het beste werkten als de plant volledig in bloei stond.
De medicijnman kookte er een drankje van.
Voor de Indianen had de toverhazelaar ook een rituele betekenis.
De Menominee-stam bijvoorbeeld gebruikte de donkerglanzende zaden van de boom
als heilige kralen, in ceremonies voor genezing van de zieken.
Vrouwen reinigden hun gezicht met hamamelismelk, dat ook nog een lekker geurtje bezat.
 

Valeriaan

Sommige auteurs zeggen dat de naam van de Valerinana afkomstig is van Valerius, die het als eerste als medicijn zou hebben gebruikt. Andere bronnen zeggen dat de naam afkomstig is
van het Latijnse woord "valere" wat "in gezondheid" betekent.
Valeriaan gold in de Oudheid als middel tegen vele kwalen.
Men nam het onder meer om het gezichtsvermogen te verbeteren, als hoestdrank, bij geïnfecteerde wonden en tegen de pest.
De soortnaam "officinalis" duidt op de al van oudsher bekende, medicinale werking.

In de Griekse oudheid was de plant al als krampopheffend middel bekend.
De Grieken verwezen in hun benamingen van de plant naar zijn geur.
In de 16e eeuw werd hij tussen het beddengoed gelegd.
Waarschijnlijk meer om een goede nachtrust te schenken dan vanwege de geur.
Het kruid wordt ook genoemd in Angelsaksische geschriften uit de 11de eeuw.
In de Middeleeuwen werd valeriaan ook culinair gebruikt, en zelfs als parfum.
Sommige valeriaansoorten uit de Himalaya worden nog steeds gebruikt als ingrediënt voor parfum en wierook.

De rustgevende werking werd pas in de 18de eeuw ontdekt. Valeriaan werd vanaf toen
in de kruidengeneeskunde veel toegepast als algemeen kalmerend middel.
In deze eeuw werd valeriaan veel gebruikt als kalmerend middel bij luchtaanvallen.
Het was in die zin een voorloper van de moderne kalmeringsmiddelen.
 

Venkel

Volgens de overlevering verbeteren slangen hun gezichtsvermogen door venkel te eten.
In een 12de-eeuws kruidenboek uit Wales wordt venkel aanbevolen voor alle oogziekten,
voor hardnekkige koortsen en om gif uit het lichaam te verdrijven.

Volgens Culpeper (1652) was venkel, gekookt in wijn, goed tegen slangenbeten en giftige planten en paddestoelen.

De oud-Griekse naam voor venkel was 'marathon', wat 'afslanken' betekende.
De beroemde slag bij Marathon tussen de Grieken en de Perzen in 490 v. Chr.
vond plaats op een venkelveld.
 

Vlier

In 1644 schreef de dagboekschrijver John Evelyn over de vlier dat als geneeskrachtige werkingen ervan bekend zouden zijn, vrijwel alle ziekten genezen zouden kunnen worden door deze plant - die overal voorkwam.
De boom werden magische kwaliteiten toegedicht. Zijn geest zou zo sterk -en eventueel wraakzuchtig- zijn, dat men hem om toestemming moest vragen voor men hem omhakte.
 

Wilg

Eens was wilgenbast het voornaamste middel tegen chronische, terugkerende koortsen, zelfs tegen malaria. Later kwam daar kinabast (de bron van kinine) voor in de plaats.

De oude Egyptenaren gebruikten wilgenzaad  in zalven bij ontstoken gewrichten en in omslagen bij botbreuken.
Een mengsel van gebrande wilgenbladeren en rozenolie  werd gebruikt tegen ontstekingen van de huid.

Indianen maken een rookmelange van wilgenbast en uva ursi (Arctostphylos uva ursi) bladeren. De geur is aangenamer dan die van andere kruidentabak.
 

Zuring

Zuring is traditioneel een van de eerste kruiden die kinderen kunnen herkennen en gebruiken.
Het groeit vaak in de buurt van brandnetels en de bladeren werken tegen brandnetelsteken.

In de Middeleeuwen moest, volgens de signatuurleer, elke zuringsoort anders worden toegepast. Zuring met rode vlekken op blad en stengel werd gebruikt voor het bloed.
De gelige bladeren van krulzuring golden als voortreffelijk middel tegen leveraandoeningen.
Zuring wordt van oudsher toegepast bij kanker en onvruchtbaarheid van vrouwen.
 
Bronnen:   o.a. Kruid of munt - Dr. Paul Van den Bon -
               www.kruidengeneeskunde.be -
               www.mothernaturesgarden.be en
               Kruiden kweken & gebruiken - Jessica Houdret
 
 

 

  Bezoekers pagina sinds 01/09/2007 : 3200

 

      

 

 

 



Main Menu
•Spiritualiteit
•Filosofie
•Mythologie &
         Oude Beschavingen
•Sprookjeswereld
•Kruidenhoekje
•Taalvariatie
•Gastenboek
•Links
•Wie ben ik
•Copyright & Disclaimer