MYTHOLOGIE &
OUDE BESCHAVINGEN

V e r d w e n e n
c u l t u r e n
 
 
Verdwenen
culturen

  A z t e k e n   -   D o o d   e n   d e   o n d e r w e r e l d
     
 

De Azteken beloofden niet veel vreugden in het hiernamaals. Enkele zielen stegen op naar de dertein niveaus van de hemel: daar was er genoegen voor krijgers die in de strijd waren gesneuveld, mensen die door verdrinking waren omgekomen of tijdens de bevalling waren gestorven en anderen. Maar de meeste mensen waren gedoemd tot de overgang naar de negen sombere niveaus van de onderwereld.

Hun gastheer in het onderaardse rijk was Mictlantecuhtli, heer van de onderwereld. Hij was een afzichtelijke, skeletachtige figuur: de helft van zijn vlees was van zijn botten gevallen, die schamel waren bedekt met armtierige, onhandig gemaakte kleren van schrospapier: zijn veerziekte, opgezwollen lever stak uit een gat in zijn buik. Hij had grote handen die hij gebruikte om bezoekers aan zijn rijk aan te vallen. Omdat hij een heer was, droeg hij sandalen, terwijl gewone mensen op blote voeten liepen. Sterren die onheil en gevaarlijke machten voorspelden, zaten verstrikt in zijn vette, zwarte krullen. Zijn gezellin Mictancihuatl droeg een rok van slangen, had een wit en doorschijnend gezicht en dunne borsten die de kijker vervulden van wanhoop.

Volgens de mythe werden de onderwereld, of Mictlan, en zijn heersers aan het begin van de wereldtijdperken geschapen door de Witte en de Blauwe Tezcatlipoca, nadat ze de aarde en de eerste mensen hadden gemaakt.
In sommige mythische verslagen situeerden de Azteken Mictlan in het barre noorden, in een koude, droge, kale woestijn in een gebied dat van Tezcatlipoca was en dat was gedrenkt in de kleuren zwart en geel. Maar meestal werd het onder de grond gesitueerd.
Zielen die zojuist in de onderwereld waren aangekomen, moesten een reeks gevaarlijke uitdagingen doorstaan. Eerst moesten ze een kolkende rivier oversteken en zich dan een weg banen tussen twee botsende bergen. Ze moesten een berg van obsidiaan beklimmen, waarna ze in een ijzige wind belandden die zo kouw was dat hij het vlees van hun gezicht kon afpellen. Ze moesten een slang overwinnen, een krokodil verslaan, het doorkruisen van acht woestijnen overleven en dan acht torenhoge bergen beklimmen. Ze moesten tegen een storm van messen van obsidiaan in lopen en troffen twee vijandige demonen. Uiteindelijk vonden ze Mictlantecuhtli en Mictlancihuatl.
Nu konden de nieuwkomers proberen hen gunstig te stemmen met complimenten of geschenken die ze met veel moeite uit hun tombe hadden meegenomen, maar dat was vruchteloos want de heer van de onderwereld wachtte vol ongeduld tot hij de nieuweling aan stukken kon scheuren.

Sommige verhalen meldden dat de zielen van de doden daarna de rust van de uitroeiing vonden, maar andere opperden dat iedereen gedoemd was eeuwig in de gruwelijke duisternis en de dompige stanken van dat oord te verblijven. Hun enige respijt kwam eens per jaar, op de dag van de doden, als de overledene zijn familie in het rijk der levenden bezocht, die hem verwelkomden met aards voedsel.

Een andere versie van de Azteekse onderwereld is te zien in een codexafbeelding van Quetzalcoatls reis naar de onderwereld aan het begin van het huidige wereldtijdperk. Om naar de onderwereld af te dalen, trok Quetzalcoatl door het lichaam van de aardgodin Coatlicue en cremeerde zichzelf daarna op een brandstapel in de onderwereld - zijn lichaam werd herschapen in de vorm van vogels. Hij reisde naar het zuiden van dat donkere land, waar hem de dood door onthoofding of het afhakken van ledematen wachtte, maar hij wist ongedeerd verder te gaan door te passeren door het lichaam van de godin Tlazolteotl.
In het westen stichtte hij twee tempels, één voor de zielen van vrouwen die tijdens de bevalling waren gestorven en één die van in de strijd gedode krijgers: hij ging veilig veerder door heet lichaam van het aardmonster Tlatelcuhtli en splitste zich in Rode Quetzalcoatl en Zwarte Quetzalcoatl.
Uiteindelijk offerde hij zijn rode zelf en wierp zich vervolgens in een offervuur. Zijn geest steek uit de onderwereld op naar de hemel, waar hij als Venus de morgenster regeerde.

B e g r a f e n i s   e n   c r e m a t i e

De meeste Azteken werden gecremeerd. Doorgaans kreeg een lijk goede kleren aan en werd het in hurkhouding gebonden en in doek gewikkeld voordat het werd verbrand. Heersers en edelen werden in een stenen gewelf begraven - soms werden de vrouw van de edelman of zijn dienaren gedood en samen met hem begraven.
Vaak werd een man begraven of verbrand met zijn levende hond: het dier werd geacht de dode als gids van dienst te zijn op diens reis door de onderwereld en de hond was bovendien een herinnering aan de triomfantelijke reis door de onderwereld van de Gevederde slang Quetzalcoatl en zijn hondgedaante Xolotl.
De mensen werden over het algemeen verbrand of begraven met een uitrusting die hen op hun beproevingen in de onderwereld moest helpen: voedsel, water, dekens, een jaden kraal die als hart fungeerde, papier en zelfs gescheken om Miclantecuhtli en Mictlancihuatl gunstig te stemmen.


Bron: o.a. Oude beschavingen, gids voor religie, mythologie en kunst

T H E M A' S
 
     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


                                                                                                              Copyright © 2009  -  All Rights Reserved  |   Privacybeleid & Disclaimer |   contact