![]() |
SPIRITUALITEIT M e d i t a t i e |
|
||||||
|
|
| H o e d e m e n s z o v e r s t a n d i g m o g e l i j k m o e t h a n d e l e n |
|
|||||||||||||
|
Er zijn nogal wat mensen - en men komt daar ook gemakkelijk toe - die niet gehinderd willen worden door de dingen waarmee ze te maken hebben en niet door de voorstelling daarvan in beslag genomen willen worden; immers, waar het hart vol van God is, kan voor de schepselen geen plaats worden gevonden. Maar dat is niet de juiste instelling: wij moeten ons alle dingen ten nutte maken, wat het ook is, waar we ook zijn, wat we ook horen of zien, hoe vreemd en onpassend het ook is. Pas dan zijn we op de goede weg en niet eerder. En daarmee moet de mens nooit ophouden, want daarin kan hij voortdurend groeien en in toenemende mate steeds meer bereiken. En bij al zijn doen en laten moet de mens zijn verstand aandachtig gebruiken en bij alles zelfkennis en een helder bewustzijn van zijn innerlijk leven bezitten en in alles God aannemen en begrijpen op een zo verheven mogelijke manier. Want de mens moet zijn zoals onze Heer het zei: "Gij zult zijn als mensen die de gehele tijd waken en wachten op hun Heer!" Waarlijk, die wachtende mensen zijn waakzaam en kijken om zich heen vanwaar hij komt op wie ze wachten, en in alles wat komt verwachten ze hem, hoe vreemd dat voor hen ook is, of hij zich daar niet toch in bevindt. Zo moeten wij onze Heer wetend waarnemen in alle dingen. Daartoe behoort vlijtige aandacht en alles wat men aan kracht en zinnen kan opbrengen; zo gaat het de mensen goed en begrijpen zij God als gelijk in alle dingen en vinden zij van God in alles evenveel. Weliswaar verschilt de ene bezigheid van de andere; maar wanneer je je werk zou doen vanuit een gelijkmatig gemoed, heus, dan zouden al je bezigheden aan elkaar gelijk zijn. En als het zo goed met je was gesteld en je zou zo God hebben ontvangen, dan zou Hij zowel in je wereldse als in je meest goddelijke bezigheid onverhuld stralen. Nu is het niet zo dat de mens van zich uit iets werelds of onpassends zou moeten doen, nee, wat hij van de uiterlijke dingen ziende of horende opvangt moet hij God voorleggen. Alleen wie zo Gods tegenwoordigheid in alles ervaart en zijn geest en verstand optimaal beheerst en gebruikt, heeft weet van ware vrede en bezit een echt hemelrijk. Want wil het goed met je gaan, dan moet een van beide dingen gebeuren: of je moet God opnemen en leren vasthouden in je bezigheden, of je moet van elke bezigheid afzien. Omdat nu de mens in dit leven niet zonder bezigheid kan bestaan, menselijke bezigheden waarvan er veel zijn, moet hij leren zijn God te laten zijn in al wat hij doet en ongehinderd te blijven in elke daad en op elke plaats. Wanneer daarom een beginneling een taak onder de mensen op zich gaat nemen, dan moet hij zich van tevoren degelijk van God voorzien en Hem stevig in z'n hart sluiten en al z'n bedoelingen, gedachten, wil en krachten met Hem verenigen, opdat zich niets anders in hem kan gaan vormen. Meister Eckhart |
|
|||||||||||||
Copyright © 2009 - All Rights Reserved | Privacybeleid & Disclaimer | contact