SPIRITUALITEIT
S t r o m i n g e n
 
 
Stromingen,
leer

  H e t   B o e d d h i s m e   -   H e t   o n t w a k e n
     
 

Wat in de westerse wereld bekend staat als 'Boeddhisme', naast vele andere 'ismen', draagt in Azië, waar het ontstaan is, de naam van Boeddha-sasana, d.w.z. de beproefde levenswijze van de Ontwaakte, de Boeddha. Het wordt ook de Boeddha-Dhamma genoemd.
Het is moeilijk om in het Nederlands de betekenis van het woord 'Dhamma' (in het Sanskriet Dharma) weer te geven. In deze context betekent het 'de eeuwige waarheid' van de Ontwaakte. Deze vertaling is uiteraard onduidelijk. Doch dit komt overeen met de onduidelijkheid, of beter gezegd met de veelheid van betekenissen die de oorspronkelijke term ook heeft.
'De eeuwige waarheid van de Ontwaakte' betekent zowel de waarheid betreffende het feit van zijn ontwaking en dat zulk een ontwaken mogelijk is, alsook de waarheid welke verkondigd  is door hem die beschouwd wordt als de Ontwaakte, de Boeddha, bij uitstek, namelijk Gotama (Skt. Gautama), die in de 6de eeuw voor Chr. in Noord-India leefde.

Enige toelichting kan misschien verwarring voorkomen die kan ontstaan vanwege de vele namen en titels waaronder deze man in de geschiedenis bekend staat. Zoals de Engelse dramaturg uit de tijd van Elizabeth bekend staat als 'Shakespeare', zo staat deze man bekend als Gotama. Dit was zijn familienaam. Zijn voornaam was Siddhattha (Skt. Siddhartha). Zijn familie hoorde tot een republikeinse clan, die beweerde af te stammen van een adellijk en oud geslacht, de Sakya's. Zodoende werd Siddhattha ook 'de Wijze van de Sakya's' genoemd: Sakyamuni.
Nog andere benamingen en titels worden hem in de boeddhistische geschriften toegekend, zoals 'de Tathagata', waarvan de betekenis niet duidelijk is. Maar het best bekend is de titel waaronder hij in het Westen algemeen bekend staat:
de Boeddha.
Dit is geen voornaam en moet dus ook niet als voornaam gebruikt worden. Want volgens de boeddhistische traditie is doorheen heel de menselijke geschiedenis van tijd tot tijd een Boeddha verschenen, en dit zal doorgaan zo dikwijls als de kennis van de Dhamma verloren is gegaan en de beoefening van de sasana helemaal is verdwenen. Gewoonlijk zegt men dat dit telkens na ongeveer 5000 jaren het geval is.

De boeddhistische traditie vermeldt de namen van minstens 24 Boeddha's die vóór Boeddha Gotama leefden. Er is geen bewijs dat ze historische persoonlijkheden waren. Dat ze geleefd hebben wordt als 'geopenbaarde waarheid' verkondigd door de Boeddha Gotama. De boeddhistische traditie vóór de tijd waarin Gotama in de 6de eeuw voor Chr. leefde omvat dus een periode van minstens 120.000 jaren geschiedenis. Maar dit is enkel een symbolisch getal.

De tijdschaal van het boeddhistische en van het Indische denken in het algemeen is volgens westerse historische maatstaven ontzettend groot. Ze reikt oneindig ver terug in het verleden en oneindig ver vooruit in de toekomst.
Het verloop van de kloktijd is niet het belangrijkst, al is het ook niet helemaal zonder betekenis. De kloktijd kan worden voorgesteld als een horizontale historische dimensie, omdat ze zich van het heden uitstrekt naar achteren en naar voren. Maar voor de Boeddhist is de verticale welbeschouwd het belangrijkst. Hem interesseert wat er bij het voortschrijden van de tijd in deze dimensie gebeurt. Zijn zorg is dat er in de mensen een zekere bewustheid - hoe vaag ook - zal ontstaan voor deze verticale dimensie, omdat ze zal leiden tot de staat van ontwaaktheid, tot een ander domein van het 'zijn'.

H e t   o n t w a k e n

Aan de voet van de Himalaja groeide de jonge Siddhattha op en bracht hij zijn eerste jaren als man door. Hij huwde en kreeg een zoon, Rahula.
Terwijl zijn zoon nog heel klein was begon Siddhattha zich te verontrusten over het eeuwige probleem: waarom wordt de mens geboren alleen om te lijden: ziekte, aftakeling en tenslotte de dood.
De teksten beschrijven hoe hij achtereenvolgens een man ontmoette die gekweld werd door ziekte, een man in de laatste stadia van seniliteit en een lijk dat uitgedragen werd naar het crematieterrein. Terwijl hij erover nadacht dat dit het lot is van elke mens, zag hij nog een vierde figuur, namelijk een kaalgeschoren heilige man, een godsdienstige zwerver, iemand die zich wijdde aan een ascetisch leven om zo te ontkomen aan de blijkbare nutteloosheid van het leven. Zulke mensen, bekend als sanana's, waren niet ongewoon in het oude India. Op dit leven van zwervend asceet ging Siddhattha zich nu toeleggen in de hoop een oplossing te vinden voor de problemen van het menselijk bestaan.

Hij sloot zich aan bij een groep asceten en wijdde zich een tijdlang zeer ernstig en ijverig aan het streven naar geestelijke waarheid door middel van ascese. Hij leidde een zeer streng leven, zodat hij uiterst mager werd en tenslotte de dood nabij was. Hij merkte echter dat hij niets verder kwam in zijn zoeken naar de waarheid. Zo kwam hij tot de overtuiging dat dit niet de ware weg was, evenmin als de andere methoden die door de godsdienstige leiders van zijn tijd geleerd werden.

Siddhattha verliet de asceten en trok verder tot hij een plaats bereikte langs een zijstroom van de Midden-Ganges bij Gaja. Daar begon hij onder een Bo-boom ernstig te mediteren volgens de methode van Indische contemplatieven en heiligen. Hij besloot door te gaan met deze meditatie tot hij de verlichting zou bereiken die hij zocht. De traditie vertelt dat hij belaagd werd door Mara, de Boze, die samen met zijn drie dochters met allerlei listen probeerde de toekomstige Boeddha van zijn voornemen af te brengen. Maar alle pogingen van Mara waren tevergeefs. Na een nacht van zulke geestelijke strijd werden in hem alle slechte invloeden overwonnen die volgens de boeddhistische opvatting de mens aan dit sterfelijk bestaan binden. Hij was de Ontwaakte, de Boeddha, geworden en had zijn intrede gedaan in een transcendentaal, eeuwig domein van 'zijn'.

De traditie zegt dat het op dat ogenblik voor hem mogelijk geweest zou zijn zo te blijven en zich verder niet meer te bemoeien met de voorbijgaande, sterfelijke wereld. Maar uit medelijden met de mensheid zag hij af van deze mogelijkheid, om zich gedurende de rest van zijn sterfelijk leven te wijden aan de verkondiging van de Dhamma, de eeuwige waarheid waartoe hij was 'ontwaakt'.

Daarom bleef hij slechts een week in meditatie. Daarna trok hij een tijdje rond in de nabijheid van de Bo-boom. In die tijd werd hij weer bekoord door Mara. Deze drong bij hem aan dat hij, eenmaal Boeddha geworden, deze wereld van sterfelijke mensen zou verlaten om de geneugten van nibbana (Skt. nirvana) te genieten.
De Boeddha antwoordde dat hij eerst de Dhamma aan anderen moest verkondigen en een monnikenorde stichten. Daarna, als zijn tijd gekomen was, zou hij definitief het toneel der stervelingen verlaten.
De eerste verkondiging van de Dhamma vond plaats op een open plek, een hertenpark, nabij Benares. Deze toespraak staat in de boeddhistische traditie bekend als 'de toespraak over het in beweging zetten van het rad van Dhamma' (Dhamma-cakkappavattana Sutta). De vorm waarin deze tekst nu in Pali nog bestaat dateert waarschijnlijk uit een wat latere periode, al bevat hij sommige essentiële beginselen van de vroeg-boeddhistische gedachte en praktijk.


Bron: De Grote Godsdiensten, Encyclopedia

T H E M A' S
 
     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


                                                                                                              Copyright © 2009  -  All Rights Reserved  |   Privacybeleid & Disclaimer |   contact