|
Sprookjes worden al
eeuwen gebruikt om kinderen ontzag in te boezemen
en gevoel voor normen en waarden bij te brengen.
Oorspronkelijk werden de verhalen alleen mondeling overgeleverd.
Pas later kwamen er verhalenboeken aan te pas.
Bij het op schrift stellen van de in omloop zijnde verhalen hebben
zowel de gebroeders Grimm als Charles Perrault bergen werk verzet.
Bij het schrijven van nieuwe sprookjes in de negentiende eeuw kan
maar één naam als onbetwist sprookjesschrijver genoemd
worden: Hans Christian Andersen.
|
| |
| |
CHARLES PERRAULT
De Franse Charles Perrault geniet niet zo veel naamsbekendheid.
Al in de zeventiende eeuw ging hij aan de slag om sprookjes vanuit mondelinge
overlevering op schrift te stellen.
Niemand kent zijn werk als Verhalen en vertellingen uit oude tijden, maar
dat komt omdat ze bekend zijn geworden onder een andere naam:
Contes de ma mère l'oye of Sprookjes van Moeder de Gans.
In deze sprookjesreeks horen bekende sprookjes thuis als:
Klein Duimpje, Roodkapje, de Gelaarsde Kat, Doornroosje en Assepoester.
|
| |
| |
|
DE GEBROEDERS
GRIMM
Jacob Ludwig Karl Grimm en Wilhelm Karl Grimm begonnen in het begin
van de negentiende eeuw met het verzamelen en op papier zetten van de
op dat moment in omloop zijnde volksverhalen.
Het resultaat was een twee delen tellend boekwerk vol sprookjes: Kinder-
und Hausmärchen.
In 1857 werd de verzameling, nu bekend als de Sprookjes van Grimm, nog
eens fors uitgebreid.
Enkele populaire sprookjes van Grimm zijn bijvoorbeeld:
Raponsje, Sneeuwwitje, de Kikkerprins, Repelsteeltje, Hans en Grietje,
en de Wolf en de zeven geitjes.
De sprookjes zijn voorzien
van een duidelijke moraal en een "grimmig" karakter:
wie niet luistert komt in de problemen, wie slecht is wordt aan mootjes
gehakt.
Aan het eind van het verhaal komt het voor de hoofdpersoon toch altijd
weer goed, iets wat voor de slechterik in het verhaal vrijwel nooit
het geval is.
De meeste sprookjes (niet
alleen die van Grimm) zijn voorzien van een soms wat dubieuze ethiek.
De goedheid van de mens is af te lezen aan zijn uiterlijk: de goede
prinsen en prinsessen zijn wondermooi; de vervelende stiefmoeders, stiefzussen
en heksen zijn foeilelijk.
Een strak onderscheid tussen
de sprookjes van Grimm en die van Perrault is overigens niet echt te
maken.
Met name de gebroeders Grimm gingen tot ver over hun (Duitse) landsgrenzen
bij het verzamelen van hun volksvertellingen zodat een overlap in de
sprookjes ontstond.
Sprookjes als Klein Duimpje, Roodkapje en Doornroosje zijn zowel in
de boeken van Perrault als in die van Grimm terug te vinden
|
| |
| |
HANS CHRISTIAN ANDERSEN
De Deense sprookjesschrijver Hans Christian Andersen (1805-1875) werd,
eveneens in de negentiende eeuw, wereldberoemd met zijn kinderverhalen.
De sprookjes zijn in meer dan tachtig talen vertaald.
In de vele boeken met Sprookjes van Andersen als titel is meestal slechts
een selectie opgenomen
van de ruim 150 kinderverhalen die hij in zijn leven schreef.
De afwisselende en tot de verbeelding sprekende verhalen lenen zich uitstekend
om steeds opnieuw voorgelezen te worden.
De bekendste verhalen van zijn pen zijn:
het Lelijke Eendje, de Wilde Zwanen, de Keizerlijke Nachtegaal, de
Kleine Zeemeermin,
de Prinses op de Erwt, de Rode Schoentjes, de Nieuwe kleren van de keizer,
de Sneeuwkoningin en het Meisje met de Zwavelstokjes. |
| |
| |
|
GIAMBATTISTA
BASILE
Tussen de stapels sprookjesboeken bij de ramsj komt men nooit een boek
tegen van Giambattista Basile (circa 1575-1632).
Toch zette deze Italiaanse schrijver al in de zeventiende eeuw ook zo'n
vijftig sprookjes op papier.
Onder deze sprookjes komen we opnieuw Assepoester, Sneeuwwitje en
de Gelaarsde Kat tegen, maar ook het inmiddels even zo beroemde
sprookje Belle en het Beest.
|
| |
| |
|
SPROOKJES
UIT 1001 NACHT
De
meest bekende Oosterse sprookjesverzameling is "Sprookjes uit
1001 nacht".
Dit boekwerk bevat verhalen uit voornamelijk de gehele Arabisch-Islamitische
cultuur.
In de Engelse taal gaan deze sprookjes dan ook meestal door het leven
als Arabian Nights.
De sprookjes worden ingeleid door een raamvertelling.
De legendarische koningin Scheherazade trouwt met de sultan Schahriar,
ondanks het feit dat hij elke morgen de vrouw waarmee hij de vorige
dag getrouwd is, laat ombrengen.
Om dit lot te ontkomen vertelt ze die avond een sprookje aan haar zus,
zonder het einde te vertellen.
De sultan, die het verhaal afluistert en benieuwd is naar de afloop,
staat toe dat ze nog een dag leeft, waarna ze hetzelfde patroon trouw
iedere avond herhaalt.
Na 1001 nacht besluit de sultan dat Scheherazade mag blijven leven.
De collectie verhalen van
1001 nacht is gedurende een aantal eeuwen gegroeid.
De eerste verhalen stammen al uit de negende eeuw, en de collectie groeide
door totdat het geheel in de vijftiende eeuw in het Arabisch op papier
werd gezet.
In het begin van de achttiende eeuw werd het boekwerk in het Frans vertaald
(Les Mille et Une Nuits door Antoine Galland), en in de negentiende
eeuw werd het tweemaal in het Engels vertaald:
Arabian Nights door Edward William Lane, en The Tousand Nights
and a Night door
Richard Francis Burton, waarvan Arabian Nights verreweg het
bekendst geworden is.
De bekendste sprookjes uit
1001 nacht zijn:
Aladdin en de Wonderlamp, Ali Baba en de veertig rovers en Sinbad
de Zeeman.
|
| |
| |
|
SPROOKJESACHTIGE
VERHALEN
Tegenwoordig worden er
nog steeds heel wat sprookjesachtige boeken geschreven.
Ze lijken niet meer op de sprookjes van vroeger.
Ze zijn lang niet zo griezelig meer en juist de reuzen, heksen en monsters
in deze boeken zijn aardig.
Sprookjesachtige boeken zijn er voor kinderen van alle leeftijden.
Enkele beroemde schrijvers van sprookjesachtige boeken zijn:
Astrid Lindgren, Annie M.G Schmidt en Paul Biegel.
|
| |