Gnomen, kleine dwergachtige wezentjes

 

Gnomen zijn wijze wezens. Zij houden van herhalingen:
verhalen die telkens opnieuw op dezelfde manier worden verteld,
toonreeksen die steeds terugkeren in melodieën (die mensen eentonig vinden)
Zij beleven muziek in koeiebellen of in het ruisen van de wind in de bomen.

Voor gnomen zijn mensen omgekeerde planten en planten omgekeerde mensen, mensenvoeten staan op de aarde.
Bij planten is dat niet het geval, de wortels zijn hun hoofden.
Hun hoofden zijn dus in de aarde.
En vanuit de aarde groeien ze naar de hemel.
Wat wij de kroon van een boom noemen is dus zijn voet.

Gnomen hebben het contact met mensen verloren.

Gnomen kunnen niet huilen.
vandaar dat het soms leek of hij almaar kleiner en zwakker werd.
Hij leek in de smart op te lossen als een suikerklontje in warme thee.

In werkelijkheid kan een gnoom niet zo vastomlijnd op de tafel staan:
hij neemt helemaal geen ruimte in en is aan geen enkele plaats gebonden.
Ge kunt hem nooit zo uitbeelden zoals hij werkelijk is.
Het is een uitdrukking van je beleving, van je ontmoeting met hem.

 

Een gnoom wordt, in de vorm van een beeld,
op een bepaalde plaats beleefd, omdat hij zich daarop concentreert.

Door je innerlijke beleving van de natuur
heeft de gnoom (vb.bosdwerg) het gevoel dat hij naar je toe wordt getrokken.
Zo kunnen beeldervaringen verklaard worden.


waterpetser Behoort zowel tot de kobolds als tot de watergeesten.
Ze zijn te vinden op de bergweide aan de oever van een beekje,
  murmelen en ruisen - een beek-kobold.
Door hem ontstaat er dus in het ruisen van het water een   natuurmuziek, die je alleen innerlijk kunt horen.
 
soort gnoom
(hij is anders dan alle anderen)
Zet zich aan de rand van het voetbad, en heeft een tengere
gestalte.
Hij is krachtig en teer, zoals het ontluiken van de bladeren in het   voorjaar, dan alle anderen) en doortrokken van stralende   zonnekrachten en maakt een harmonische indruk.
Zijn voeten zijn licht als vleugels en toch zijn het voeten, wanneer   hij kan lopen - of liever gezegd glijden - zonder het contact met de   grond te verliezen, maar ook niet gekluisterd aan de aarde.
Hij heeft zonnehanden.
Hij streelt met zijn zonnehanden en met zijn hoofd, dat doen   gnomen wanneer ze hun liefde willen tonen
Ook maakt hij soms een lange neus om te zeggen: laat je niet   intimideren (vb. iemand die denkt dat hij alles weet)
 
blauwe vleugelman
(verwant aan gnomen en vlinders)
Is een gnoom, maar hij lijkt ook op een vlinder
Door zijn muziek zet hij insekten aan tot zoemen, hij is hun
  'muziekleraar'.
  Zijn stem wordt ervaren als het ruisen van de wind in het gras.
 
Sint-Jansmannetje Deze vliegen
   
moswezens of knoppenmannetjes Behoren tot het volk van de gnomen of van de elfen.
   
gnoomachtige machinewezens Zij zijn al te wijs, zij zijn nog slimmer dan de slimste dwerg.
Zij zijn afgesneden van al het levende en als het ware geketend
aan de machine.
De machine is een tastbaar geworden idee, bij de verwerkelijking   waarvan zij met hun hele extree slimheid hebben meegewerkt.
Zij zijn hun eigen gevangenen, en van de mensen die zij dienen   ontvangen zij nog minder toewijding dan andere   elementenwezens.


Gnomenleiders werken met aardewijsheid
zoals een leider van de geesten van de geneeskruiden die als het ware
verweven is met alles wat groeit en wat geneest.


gemeenschappelijke
vrienden

Hij is intens aanwezig wanneer hij mensen die je bezoeken tot
  zijn vrienden rekent, of wanneer je mensen die in nood zijn
  probeert te helpen.
Hij is er altijd als je door een gesprek in moeilijkheden komt.
Omdat hij niet gebonden is aan ruimte en tijd kan hij bij je zijn en
  tegelijkertijd zijn werk doen.
Hij houdt veel van kinderen en hij is gelukkig wanneer we verhalen   aan hen kunnen vertellen.
Omgekeerd vindt hij het fijn wanneer kinderen hem in hun fantasie   helemaal opnemen.

Met volwassenen heeft hij niet meteen altijd een goede verstandhouding:
grote genegenheid voor allen die écht lijden, niet voor degenen die   pijn opblazen of die hun droefheid koesteren en er helemaal niet   van bevrijd willen worden.
Hij heeft geen verbinding met zuivere theoretici: hij is een helder,   maar praktisch denker, bij mensen die te intellectueel zijn, trekt hij   zich terug.

De feesten van de gnomen zijn bronnen van kracht, zij zijn de uitdrukking van vreugde en dankbaarheid.
Feesten zijn zaadkorrels, uit feesten kan iets nieuws groeien,
iets dat goed en licht is, dat de kiemen voor het volgende feest in zich draagt.
Feesten vieren en werken horen voor hen bij elkaar.
Zij houden van hun bezigheden en zij beleven feesten
als de hoogtepunten van hun werk.

De herstmelancholie van de mensen is de gnomen vreemd.
Zij aanvaarden wat er gebeurt en verzetten zich er niet tegen.

 

Plantenfeesten:

aarde-kiemfeest (groot algemeen feest):
Eerste feest van het jaar
Daaraan doet alles mee wat in de aarde werkt, beweegt en groeit.
De gnomen worden actief, zij omringen alles wat bezig is te ontstaan met liefdevolle zorg

knopfeesten en bloemfeesten:
Er vinden er verscheidene plaats in de ontwakende lente.
Elke plantensoort heeft haar eigen verzorgers, deze organiseren een soort familie- of groepsfeesten.

vrucht- en zaadfeesten:
De zegening van het zaad door de kleine zaadgeesten
(zoals de doop van een kind).
De feesten voor dat wat gerijpt is zijn doortrokken van eerbied, zoals ontmoetingen met wijze, oude mensen

groentefeesten:
In de keuken vóór het klaarmaken van de groenten deze mooi op tafel leggen (zoals bij een oogstfeest),
deze worden gezegend en geschonken als voedsel aan de mensen de keuken wordt omgeven door iets stralends.

voorjaarsfeest (groot algemeen feest):
Dat vindt plaats in de paastijd, er wordt dan veel gedanst.
De voorjaarsmaan wordt gevierd, en de heerlijke zonsopgangen.

 

grote zomerfeest in de Sint-Janstijd:
Nu zuigen de sint-jansmannetjes zich vol zonnegoud.
In de herfst willen zij het aan de aarde schenken.
Je zou hun activiteit de lichtoogst kunnen noemen.
De sint-jansmannetjes, dronken van het zonlicht, zien er rond en goudglanzend uit.

feest van de kleine nevels:
dat zijn de vermaners: zij zeggen 'kom terug, begin tot rust te komen'
Ook het feest van het verwelken en afsterven wordt vol vreugde gevierd.

novemberfeest, feest van de stilte' of het 'feest van de inkeer':
Wie het mee mag vieren, leert in zichzelf tot rust te komen.
Op een dag zwijgt alles, je hoort slechts één woord: 'Nu!'
Dat betekent: nu is iedereen thuis, in de aarde. De aarde, met alles wat in haar is, is tevreden.
Nu vindt het feest plaats van de innerlijke rust.

feest van de innerlijke zon:
Dit feest wordt voorbereid door een zich verheugen in stilte, dat wordt onderbroken door vreugdevolle juichkreten:
'Spoedig zal de zon in de aarde schijnen, heel spoedig: het licht komt!"
En dan wordt alles als het ware doorzichtig en stralend.
Als vloeibaar goud stroomt licht de aarde binnen.
   
   
Bron: o.a. uit 'Karlik' van Ursula Burkhard  


 

 

Bezoekers pagina sinds 01/09/2007 : 3821

 

  

 

 

 



Main Menu
•Spiritualiteit
•Filosofie
•Mythologie &
         Oude Beschavingen
•Sprookjeswereld
•Kruidenhoekje
•Taalvariatie
•Gastenboek
•Links
•Wie ben ik
•Copyright & Disclaimer