Ik sprak een pelgrim uit een oud,
moe land,
die zei: Twee benen zonder romp, van rots,
staan in de vlakte... Naast hen, in het zand
verzonken, ligt een stenen kop, wiens trots
en smalend oog, van ouds aan macht gewoon,
bewijst hoezeer de maker heeft bereikt
wat hij beoogde, dat uit stenen, doods,
na eeuwen nog een nors karakter kijkt.
Een opschrift op het grauwe voetstuk geeft:
'Mijn naam in Ozymandias. Ik ben groots
en koning. Ziet mijn werk, o mens, en beeft!'
Maar niets is meer te zien. Vanaf de voet
van dit gevallen koningsstandbeeld streeft
breed, eenzaam zand de einder tegemoet.
Percy Bysshe Shelley