Verklaring: aan een vijand of iemand, die niet te vertrouwen is, zijn geheimen toevertrouwen. Ook vindt men bij de beul, de hangdief, de drommel of de droes, bij Bachus te biecht gaan;

zie: Harrebomée III, 126; Antw. Idiot. 388; Waasch idiot. 196 a; Jongeneel, 88; Joos, 105: Rutten, 59 a; Schuermans, Bijv. 74 b; Tuerlinckx, 166; Ndl. Wdb. II, 2533.

Bij Zegerus (± 1550) komt de spreekwijze het eerst in haar tegenwoordige gedaante voor.

Vergelijk:
Doedyns, Merc. 431; ook Halma, 72: Bij de duivel te biecht gaan, se confesser au renard; dire ses secrets à un homme plus fin que soi, ou suspect, et intéressé, et qui en tirera en avantage;

Wander IV, 1106: beim Teufel zur Beichte kommen, d.i. übel anlaufen;

Eckart, 518: bi dem Dü tor Bigt kommen;

In het Friesch: hy komt by de divel to bycht.

 
Bron: Dr. F.A.Stoett - Nederlandsche spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden






 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

    

 

 

 



php
Main Menu
•Spiritualiteit
•Filosofie
•Mythologie &
         Oude Beschavingen
•Sprookjeswereld
•Kruidenhoekje
•Taalvariatie
•Gastenboek
•Links
•Wie ben ik
•Copyright & Disclaimer