|
Verklaring: Deze gedachte,
dat men geen fouten of gebreken ziet in iemand, die men lief
heeft, vindt men reeds bij Plato: hij die lief heeft wordt
blind met betrekking tot het voorwerp zijner liefde.
De Romeinen zeiden amens
amans, een verliefde is zijn verstand kwijt (Plaut. Merc.
82; Ter. Andr. 218) of nemo in amore videt (Prop. 2,
14, 18; Hor. Sat. 1, 3, 38);
Middellatijn, Werner, 8; 66:
cecat amor mentes ac interdum sapientes; omnis amor cecus;
non est amor arbiter equis.
In vele talen wordt deze gedachte
op soortgelijke wijze uitgedrukt; zie Wander iii, 135; 151
en vergelijk het Middelnederlands Minne is blint (zie
o.a. Maerland, Wap. Mart. II, 314; Kaetspel, 42);
Goedthals, 23: Die minne is
blendt, sy gaet daer mense nyet en sendt, amour aveugle
raison;
Brederoo I, 311; Cats I, 466:
Die
van liefde zijn gesteken
En
sien noch vlecken noch gebreken.
C. Wildsch. II, bl. 216 en verder
de door Harreb. II, bladz. 27 opgegeven bronnen; Villiers,
73: voor Zuid-Nederland zie Volkskunde XXI, 156;
Antw. Idiot. 762: De liefde
is blind, zee de boer, en hij kuste zij(n) kalf op zij(n)
gat;
Teirl. II, 212;
Waasch Idiot. 404: De liefde
is blend, ze zit in de oogen eerst;
Fries: ljeafde is blyn;
De Cock², 110; 285.
|