|
Verklaring: hij is vastgezet
(in een redetwist); hij weet geen uitweg meer.
Het eerste deel van dit woord is ontleend aan het Perzische
sjâh, koning; het tweede aan het Arab. mât,
hij is gestorven, hij is dood, zodat het gehele woord eigenlijk
betekent de koning is dood.
In de 17de eeuw wordt de uitdr.
aangetroffen in Winschooten, 221: Schachmat, de Kooning
is dood;
Gew. Weeuw. II, 52: Dan kunnen
wy hem zeer gemakkelijk schaak mat zetten. In de 18de eeuw
vinden we nog de schrijfwijze schach mat (zie Van Effen,
Spect. IX, III);
In het Middelnederlands kende
men enen scaec ende mat maken, dat nog voorkomt bij
De Brune, Bank. II, 276 en Sewel, 693: 16de eeuw schaec
en mat staen, geheel overwonnen zijn.
In dezelfde zin gebruikt men iemand mat zetten, Middelnederlands
mat, evenals Frans mat naast échec
et mat.
Zie Ndl. Wdb. IX, 302; XIV,
128;
Afrikaans: iemand skaakmat
sit;
Schoolblad XLIV, 362: Op de
algemeene vergaderingen, waar de drommen afgevaardigden der
steden geheel het platteland schaakmat kunnen zetten;
en vergelijk:
Frans: échec et mat;
Hoogduits: jem. schachmatt
machen;
Engels: to be checkmated.
Zie Dozy, Oosterlingen, 79.
|