In filosofische zin is taal een systeem dat betekenis weergeeft door middel van een alfabet van arbitraire symbolen, zoals spraakklanken, gebaren of schrifttekens.
Deze symbolen vormen de bouwstenen die door middel van een taalspecifiek regelsysteem
(de grammatica) tot betekenisvolle eenheden (bijvoorbeeld woorden, zinsdelen en zinnen)
worden gerangschikt.

Het gangbare onderscheid tussen enerzijds taal (met een hoge waardering) en anderzijds
dialect (met een lage waardering) wordt in de taalkunde niet gemaakt,
omdat het willekeurig en politiek bepaald is: de dialecten van het Chinees verschillen
evenveel van elkaar als de Romaanse talen. Taalkundigen geven doorgaans de voorkeur
aan het maatschappelijk niet beladen begrip variëteit.

 
Soorten talen
 

Natuurlijke talen
De natuurlijke talen zijn de verschillende talen die in de loop van de geschiedenis door de
grote afstanden tussen de verschillende groepen mensen ontstaan zijn.
Deze talen worden doorgaans op grond van hun historische ontwikkeling ingedeeld naar taalfamilie, maar andere indelingen zijn ook mogelijk, bijvoorbeeld naar hun
morfologische type
(zie taaltypologie).
We onderscheiden naar het type bouwsteen (klanken dan wel gebaren)
twee typen natuurlijke talen: gesproken talen en gebarentalen.

Gesproken talen
Gesproken talen gebruiken spraakklanken als bouwstenen.
Zij beschikken over een woordenschat of lexicon en een regelsysteem (de grammatica)
om de elementen uit de woordenschat tot welgevormde zinnen te verenigen.
De meeste gesproken talen hebben tevens een systeem van schrifttekens (een alfabet), waarmee taaluitingen kunnen worden vastgelegd.

Gebarentalen
Gebarentalen worden vooral gebruikt door dove mensen. Gebarentalen zijn, anders dan veelal wordt aangenomen, volledige communicatiesystemen, met een even arbitraire relatie tussen
de gebruikte symbolen en de betekenis als bij gesproken talen.

In Vlaanderen gebruikt men de Vlaamse Gebarentaal en
in Nederland de Nederlandse Gebarentaal.

Gebarentalen dienen onderscheiden te worden van andere gebarensystemen,
zoals pantomime en de ook door doven gebruikte spraakondersteunende systemen zoals Nederlands met Gebaren. Er bestaan gebarenschriften om gebarentalen neer te schrijven.

Levende en dode talen
Bij de categorisering van natuurlijke talen kan men ook nog onderscheid maken in
dode talen en levende talen.

Voorbeelden van dode talen zijn Sanskriet en het Latijn.
Voorbeelden van levende talen zijn Hindi, Italiaans, Nederlands en (nieuw)Grieks.

 
Kunsttalen
 

In de afgelopen eeuwen zijn er ook talen geconstrueerd. Deze worden kunsttalen genoemd.
Talen als Esperanto, Ido en Interlingua zijn voorbeelden van een hulptaal — een taal die de internationale communicatie moet vergemakkelijken.
Deze talen worden ook wel auxlang genoemd, wat staat voor auxiliary language (hulptaal).
Ook de term IAL wordt wel gebruikt, wat staat voor international auxiliary language
(internationale hulptaal). Soms wordt betwist of deze systemen ook als echte talen kunnen
worden beschouwd. Maar uit een taalkundig oogpunt kan worden opgemerkt dat in ieder geval
het Esperanto ook moedertaalsprekers heeft, en daarmee aan een van de gangbaarste criteria voor het predicaat 'taal' voldoet.
Zodra kunsttalen door kinderen als moedertaal worden verworven, verliezen ze hun kunstmatige karakter en zijn ze niet van natuurlijke talen te onderscheiden.

Als overkoepelende benaming voor kunsttalen is de term conlang gangbaar, constructed language.
Onder de conlangs die geen auxlang zijn vallen de kunsttalen die ontworpen zijn voor gebruik
in fictiewerken, zoals de elfentalen van Tolkien en het Klingon uit de televisieserie Star Trek.

Ook de standaardtalen zijn tot op zekere hoogte geconstrueerde talen: vaak zijn hun grammatica en hun woordenschat door enkele autoriteiten vastgesteld.

 
Het begrip 'taal' in een ruimere definitie
 

Het begrip taal wordt ook gebruikt om naar regelsystemen te verwijzen die niet dienen voor menselijke communicatie. Zo wordt het geheel aan commando's waarmee een machine kan worden bediend, wel 'machinetaal' genoemd.
Sommige machinetalen, vooral computertalen, gebruiken zo veel mogelijk woorden uit
gesproken talen, zodat ze voor mensen gemakkelijker te begrijpen zijn.

Alfabetten als Morse en Braille zijn geen talen op zich. Ze hebben geen eigen woordenschat,
maar bestaan slechts uit alternatieve symbolen waarmee een taal op een voor de meeste taalgebruikers niet in de dagelijkse praktijk zichtbare manier genoteerd wordt.

Ook communicatiesystemen van dieren (bijen, dolfijnen, walvissen) worden wel als taal beschouwd. Deze systemen verschillen wel van menselijke taal.
In de eerste plaats kan met de 'talen' van dieren anders dan met mensentalen niet over ieder willekeurig onderwerp gesproken worden: in bijentalen kan bijvoorbeeld waarschijnlijk alleen gecommuniceerd worden over de plaats waar zich nectar bevindt.

 
Bron:  o.a. Wikipedia

 

 


Betekenis en soorten taal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  Bezoekers pagina sinds 01/09/2007 : 3393

 

    

 

 

 



Main Menu
•Spiritualiteit
•Filosofie
•Mythologie &
         Oude Beschavingen
•Sprookjeswereld
•Kruidenhoekje
•Taalvariatie
•Gastenboek
•Links
•Wie ben ik
•Copyright & Disclaimer